collage_Lejo_Kerstshow
do 15 mrt 2018
Naar aanleiding van de voorstelling "Levend & Vers* op zondag 18, maandag 19 en dinsdag 20 maart, vroegen we Wouter om een column te schrijven.

Eelt - Wouter Deprez

Tien jaar geleden speelde ik een voorstelling die ‘Eelt’ heette. In die voorstelling speelde ik mijn vader. Overstuur was die van thuis weggerend omdat zijn vrouw, mijn moeder, levensbedreigend ziek was. Anderhalf uur etaleerde hij uitvoerig zijn ongenoegen met de situatie en de huidige wereld. Gaandeweg vervelde dat tot wat er werkelijk aan de hand was: een diep verdriet en grote angst omdat zijn vaste leefwereld dreigde te verdwijnen. 
Mijn vader was de voorstelling al komen besnuffelen en had ze goedgekeurd. Het feit dat ik veel zaken had aangezet en overdreven, vergaf hij mij. En ergens begon hij gaandeweg in de tournee ook een beetje te genieten van de onrechtstreekse aandacht die hij via de voorstelling kreeg. 
Toen zou ik een reeksje van vier optredens in De Spil spelen. Altijd fijn, ook lekker in het West-Vlaams, en toch nog ook steeds een beetje een thuismatch. Op de dag van de eerste avond belde mijn vader me op. Dat hij graag een liedje wou komen zingen in de voorstelling. Toen ik de telefoon weer had opgeraapt van de plek waar ik hem laten vallen van verbazing, vroeg ik hem om meer uitleg. Het was de verjaardag van mijn moeder, en hij wou haar graag verrassen, zei hij.
Ik liet de telefoon nog twee keer vallen, nog twee keer uit verbazing. De eerste keer was omdat mijn vader hier plots blijk gaf van een romantische natuur die we thuis niet vaak hadden meegemaakt. De tweede keer was omdat mijn vader hier plots blijk gaf van een durf die we thuis ook niet vaak hadden meegemaakt. Ik vond het idee briljant, en vroeg hem ’s avonds al eens lang te komen in Roeselare.
Het zat namelijk zo: mijn vaders angsthaasschap was honderdtachtig graden gedraaid tot een complete roekeloosheid. Repeteren hoefde niet, hij zag het zich zo wel doen. En we zouden op die vierde avond, als mijn moeder kwam kijken, wel op het moment zelf kijken hoe we het konden aanpakken. Ik overlegde met mijn trouwe technieker, tevens kenner van mijn vader. We bedachten het volgende plan: die avond zou hij al eens op het podium komen bij het slotapplaus, om dat geweld toch al eens te voelen.
Zo gebeurde het ook. Na de voorstelling kwam hij het podium opgewandeld, op de nonchalante manier waarop ik hem al zijn hele leven zag wandelen. Het publiek veerde recht, toen de échte Frans verscheen. Hij  deinsde achteruit van de krachtige vloedgolf die een groot applaus kan zijn. Ik overdrijf niet als ik zeg dat er een moment was dat hij dreigde om te vallen. In de foyer nadien, nagenietend met een streekbier, snapte hij de noodzaak van wennen aan het podium. Zoals jij mij ooit hebt leren met schuurpapier werken, legde ik hem uit, beginnen bij het begin. Pas later de zaag, en daarna de combiné. De tweede avond ging het in ontvangst nemen van het applaus al beter. De derde avond incasseerde hij het met een grote 
routine. De vierde (voor)avond was hij zelfs bereid te repeteren. Drie keer viel hij uit zijn tekst, en de twee streekbieren tijdens de maaltijd voor de voorstelling deden ons het ergste vrezen. Tijdens de voorstelling zag ik hem van op het podium een paar keer van tussen de coulissen verdwijnen. Waarschijnlijk wc-bezoekjes.
Bij het slotapplaus kwam hij op, alsof hij nooit iets anders gedaan had in zijn leven. Zelfverzekerd nam hij de microfoon, hij zong een Frank Sinatra-versie van ‘Zie ik de lichtjes van de Schelde’ en droeg die op aan mijn jarige moeder. Hij sloot af met een grap, waar hij pas maanden later van bekende dat hij die geplagieerd had van een optreden op een seniorennamiddag. Het publiek smulde van zijn optreden, en hij smulde zelf van hoe goed hij het deed.
Ik stond in de coulissen met open mond te genieten van zijn podiumgemak. Mijn vader was getransformeerd. Wat maakt theater toch rare krachten wakker, dacht ik. 

Hij zou de rest van de tournee meegaan, en we speelden samen nog veertig, vijftig keer.
Die avond in De Spil was één van de mooiste avonden van mijn podiumcarrière, maar eigenlijk ook van mijn leven. En ik denk dat het voor mijn vader ook één van de mooiste avonden van zijn leven was. Ondertussen heb ik nog vaak op het podium van De Spil gestaan. En elke keer als ik die planken opstap is mijn eerste gedachte voor mijn vader en de avond dat hij wonderbaarlijk openbloeide.

Wouter Deprez